Historie r.-k. kerk - Old Reurle

Historische Vereniging
"OLD REURLE"
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Historie r.-k. kerk

Kerken

Oorspronkelijk behoorde Ruurlo tot de parochie Lochem. Na wat moeilijkheden
met het kapittel Zutphen besliste de deken van de Lebuinuskerk te Deventer
in 1326 dat het patronaat over de Ruurlose kerk niet meer mocht worden
uitgeoefend door de rector van Lochem (pastoor te Lochem was toen ene Otto van
Essche) en werd Ruurlo toegewezen aan het kapittel Zutphen.
De huidige Protestante kerk op het kerkplein is rond 1350 gebouwd als RK Kerk.
De toren is van latere datum; de bouw ervan was circa 1400 gereed.



In 1595 is de gehele RK Parochie, op 4 gezinnen na (Domberg, Gotink, Elschot en Sasse)
door de reformatie overgegaan naar de nieuwe godsdienst. In de eerste jaren van
de reformatie werden de trouw geblevenen verzorgd door geestelijken uit het Munsterland,
zo blijkt uit doopbewijzen van voorouders die hier geboren moeten zijn.
Ook zouden paters uit een klooster in Bocholt hier in de omstreken – verkleed -zijn gekomen
om de mensen in hun geestelijke behoeften te verzorgen.
Later is aan het Zwillbrock onder Vreden een kapel gebouwd en naderhand een klooster,
waar ook zeker mensen van hier een toevluchtsoord voor hun geloofsbeleving vonden.
De geestelijken uit dat klooster hebben er veel aan gedaan om de mensen op de
Hollandse grenzen in hun godsdienst staande te houden. Vervolgens hebben zich paters
Franciscanen aan de Kranenburg onder Vorden gevestigd, daar een gemeente gesticht
waartoe ook de Rooms-katholieken van Ruurlo behoorden.

Vanaf 1654 werden er diensten gehouden in een kapel bij het kasteel “Het Medler.
Dit was het eerste kerkje na de reformatie. Het stond vermoedelijk voor de tegenwoordige
ingang van het kasteel. Van hieruit werden de zielzorg verzorgd over ongeveer 600 parochianen,
die verspreid over Ruurlo, Vorden, Varssel, Lochem, Warnsveld en Hengelo woonden.
In 1725 werd op een stuk grond, behorende aan Herman Franckenmeulen,
geheten Kranenberg en gelegen aan de Berkappeweg, halverwege tussen het Onstein en het klooster
Kranenburg, een schuilkerk gebouwd.
In 1834 werd de bouwvallig geworden schuurkerk afgebroken en werden de stenen gebruikt
voor de nog aanwezige boerderij “Elshof”, voorzien “Kranenburg” geheten. Door het feit
dat aan de erfgenamen van Franckenmeulen huur moest worden betaald voor kerk en pastorie,
waaraan door de parochianen moest worden meebetaald, kan een schatting gemaakt worden
hoe groot, rond 1730 de parochie was.
Totaal hadden zich 69 gezinnen en 240 communicanten opgegeven.
Een communicant was in die tijd minstens 11 jaar oud.

Plaats Gezinnen Communicanten
Ruurlo 27 89
Vorden 22 82
Varssel 8 36
Lochem 12 33

In 1728 liet de burgerlijke overheid de schuurkerk sluiten en moest weer bij een boer
de godsdienst worden beleden. In 1730 werd de kerk weer opengesteld om vervolgens
in hetzelfde jaar weer te worden gesloten. Nu werd een schuur op “Klein Onstein”
in een kerk veranderd en het merkwaardige was dat men hier ongestoord diensten kon houden.
In 1775 mocht de kerk op de “Kranenburg” weer gebruikt worden. Pastor Lievermans die
in 1759 Pater Henricus van Wanray als hulp had gekregen, kon zo de diensten in Ruurlo (er
was toen blijkbaar een schuilkerk) en Lochem beter verzorgen.

In 1795 kwam met de komst van de Bataafse Republiek de vrijheid van godsdienst.
In Ruurlo maakte men plannen voor een eigen kerk, maar de middelen om de schuurkerk
hiervoor om te bouwen ontbraken. Men moest wachten tot 1834.
De armen kon men zelfs niet helpen, al had Wessel van Eyll in 1763 ook het fonds
bestemd voor de behoeftigen van Ruurlo en Vorden.


In 1804 vormden de Rooms-katholieken van Ruurlo een geloofsgemeente
met de Kranenburg. In dat jaar kreeg Ruurlo vergunning een eigen kerk te bouwen en
een eigen parochie te stichten. De eerste pastor was Homberg, geboren in Almelo
en gewezen kapelaan te Vreden in het Munsterland. Hij vestigde de pastorie in
het hieronder genoemde huis. In
1801 hadden 2 katholieken Jacobus Slechten (winkelier) en Wilhelmus Gotink (kleermaker)
een oud huis “het kerkmeesterhuis” of “meesterhuis” genaamd met bijbehorend land
groot 50 roeden (waar nu kerkhof en pastorietuin zijn aangelegd) van de gebroeders
Louis en Arnold Coenraet Aberson gekocht. De originele handgeschreven notariële akte
van 10 december 1800 ligt nog steeds in de kluis van de parochie.
Overigens vermeldt de koopakte bij de ondertekening de naam Slegten.

Het huis werd als kerk ingericht en als bij-kerk van de Kranenburg door de paters
Franciscanen bediend. Als gevolg van tijdsomstandigheden heeft de parochie niet
dadelijk bij de aankoop van voornoemd perceel het eigendomsbewijs gekregen.
In 1808 respectievelijk 1816 hebben W. Gotink en achtereenvolgens J. Slegten
hun deel van de koop aan de parochie overgedragen.

In 1812 hebben W. Gotink en zijn zus Henrica Gotink een obligatie aan de pastoor
gegeven ten behoeve van de tijdelijke pastoor onder beding dat na hun dood
voor ieder jaarlijks een jaargetij zou worden gedaan en volgens gebruik op de dodenlijst
zouden worden afgelezen. De opbrengst was voor de tijdelijke pastoor van
Ruurlo, totdat hij volle traktement van den Lande zou genieten. Dan zou de ene helft
aan de armen en de andere helft aan de kerk vervallen.
Deze obligatie heeft de pastoor aan de parochie gegeven onder beding dat jaarlijks aan
de tijdelijke pastoor 32 gulden werd uitbetaald als hij de verplichtingen zou vervullen. De
originele notariële aktes zijn nog in bezit van de parochie. Eerder genoemd huis heeft
tot 1818 als kerk en pastorie dienst gedaan.
In dat jaar wendt de parochie zich tot Zijn Majesteit de Koning met het verzoek een
kerk te mogen bouwen en steun hierbij te krijgen. Men kreeg 2800 gulden uit de landskas.
Met deze som en bijdragen uit de parochie en van elders werd een kerk gebouwd.
Een deel van het huis werd voor de bouw van de kerk afgebroken en het
overige deel werd als pastorie ingericht . In 1828 was alles klaar.


Interieur Rk Kerk 1925



In 1851 is met de aanleg van een kerkhof bij de kerk begonnen. In 1852 was dat klaar.
Het stuk grond waar nu het kerkhof is, was vroeger als land ten dienste van de tijdelijk
pastoor (daarvoor moest hij wekelijks de kerk laten schoon maken).
Voor het verlies van dit stuk grond kreeg hij jaarlijks 10 gulden van de parochie,
zo veel bracht het hem jaarlijks op.
In 1851 is bij de verdeling van het Ruurlose Broek een stuk grond groot
ca 1 morgen toegedeeld. Hiervan geniet hij de inkomsten.

20 februari 1851 werd in de kerk de kruisweg opgericht. 14 staties op papieren platen
met zwarte lijsten en glas. 16 november 1852 is het kerkhof gewijd.
Het eiken kruis met beeld en voetstuk is geschonken door
G.W. Gotink (tuinman) en zijn echtgenote Maria Gerressen, onder beding dat zij twee graven
voor zich krijgen ter zijde van het kruis aan de weg van Ruurlo naar Lichtenvoorde.
Bij zijn overlijden op 24 november 1863 werd door Th.J.M.H. Baron van
Dordt tot Medler van Wolferink bij testament een legaat aan de parochie geschonken
om een nieuwe kerk, pastorie en toren te bouwen. Door bemoeienis van zijn zuster
freule J.J. H.E.C.S. Baronesse van Dordt tot Medler kwam alles snel tot
uitvoering en kon na goedkeuring door de aartsbisschop van Utrecht,
Mgr. Schaepman, met de bouw worden begonnen.

27 september 1868 is door architect P.J.H. Cuipers uit Amsterdam (dezelfde die in
opdracht van Josephine van Dorth Tot Medler, wonende met broer en zuster op
“Wientjesvoort”, de huidige kerk in Kranenburg bouwde en die in 1869 in
gebruik werd genomen) begonnen met de opmeting terrein en verdere
voorbereidingen. Het terrein bleek te klein. Daarom werd in juni 1869 een stuk grond
groot 17 roeden van baron W. van Heeckeren van Kell voor de prijs van
f 21.87 per roe gekocht. In de winter van 1869/1870 werd het zand ter ophoging
van het terrein afgegraven. Door bemoeienis van Groot Zevert, kastelein in het
Ruurlose Broek, is metselzand in de beek gegraven en gratis door parochianen en
Beltrumse boeren aangevoerd. Door A.J. Lindenschot
(meester-timmerman te Mossel onder Vorden, aan wie ook de verdere opbouw van
de gebouwen was opgedragen) en J. ten Holt (rentmeester van freule J.J.H.E.C.S. Baronesse
van Dorth tot Medler, zuster van de overleden baron) is het benodigde hout voor
steigers en noodkerk gekocht. Al dit hout is kosteloos door parochianen aangevoerd.

525.000 metselstenen zijn geleverd door F.C. Colenbrander te Zutphen en door
G. Franken (voerman bij Zutphen) naar Ruurlo getransporteerd.
3 mud maaskalk is geleverd door gebr. Van Kessel, terwijl door
A.H. Mensink 463 mud en W. den Besker (kalkbranders te Kotten bij Winterswijk)
340 mud franco werd geleverd op het bouwterrein. H. Beevelman uit Zutphen leverde
368 mud gewone cement terwijl door Goossen en Rutgers eveneens uit
Zutphen 13 vaten portland-cement (voor kelders, afdekking conterforten
etc.) werd geleverd. Ook dit werd door G. Franken vervoerd. Het benodigde hout
werd bij inschrijving door de heer Lijsen (houtkoper te Zutphen) franco aangeleverd.
In het laatst van de maand april 1969 werd begonnen met de opbouw van de
noodkerk (aangenomen door Klein Winkel voor f 75,--.
De pastoor met zijn huishouding trok zo lang bij zijn broer F. van Langen in.

92.000 oude metselstenen uit de oude kerk werden voor de nieuwbouw gebruikt
alsmede eiken platen. 26 juni 1869 werd de eerste steen gelegd door
J.G. Eissink en J. ten Vregelaar, metselaars wonende onderHhaaksbergen.
In het najaar 1869 waren de fundamenten van kerke en toren op peilhoogte. In 1870 was de
kerk onder de kap. Begin mei 1871 betrok de pastoor de nieuwe pastorie
(gestukadoord door K.H. Goorkate uit Hengelo, geverfd door
A.H. Dolphijn te Ruurlo en behangen door J.J. Olthof uit Deventer).
In 1871 werd de spits op de toren geplaatst. De benodigde leien werden franco
per vierkante el op het dak geleverd door C.H. Peters uit Uithoorn.
Lood-en zinkwerk door Emsbroek uit Vorden. Het ijzerwerk werd
geleverd door J.H. Tijdink uit Ruurlo en vervaardigd door G.J. van Ark,
meester-smid in de Wildenborch onder Vorden.
Het glaswerk werd door G. van Beurden, glaszetter te Oirschot,
op het bouwterrein in een gewerkt, terwijl het lood en benodigde glas,
dat overgebleven was van de nieuw gebouwde kerk in Kranenburg,
door de freule werd geleverd. De rozet van geschilderd glas in het priesterkoor
werd geleverd door F. Nicolas, kunstschilder te Roermond (vader van Joep Nicolas).
Deze rozet is later (1937) dichtgemetseld.
Aan de achterzijde van de kerk (zijde kerkhof) is dit nog goed te zien.

Het raam (rozet in het priesterkoor is toen door metselaar Lankveld dichtgemetseld.
Dat is gebeurd in opdracht van de toenmalige pastoor Overmars.
Die vond het invallende zonlicht te stralend, dat scheen hem teveel in zijn gezicht.
De priester stond in die tijd namelijk nog met zijn rug naar de gelovigen.
In de zijportalen die toen zijn aangebracht, komt een gipsen kruisweg uit Kevelaer
evenals de apostelramen, vervaardigd door een glazenier eveneens uit Kevelaer.
De pastoor koopt in Kevelaer een houten beeld van de Heilige Familie. Dit beeld,
dat nog achter in de kerk staat, was oorspronkelijk bestemd voor een (voormalig)
Oostblokland namelijk Tsjecho-Slowakije, maar mocht dat land
niet worden ingevoerd. Volgens insiders is het beeld voor een groot deel door de pastoor zelf
betaald. Waarschijnlijk zijn de zijluiken van het hoofdaltaar in die jaren
1939/40 verwijderd en ergens opgeborgen. In 1939 kort na de verbouwing
vertrekt de pastoor. De verbouwing was aangenomen door de gebr. Lankveld
uit Ruurlo en Silvolde. Op 9 september 1938 is de kerk opnieuw ingewijd door deken
J.H. Scholte op Reimer uit Zutphen.
In de jaren 1939-1965 wordt het hele hoogaltaar verwijderd.
Tegen de kale achtermuur komt (dat is althans waarschijnlijk) eerst een
stenen beeldengroep, die later is verhuisd naar elders, schijnt door een andere
priester te zijn overgenomen. Daarna is de kerk opnieuw geschilderd.
Tegen de achterwand op het priesterkoor wordt de calvarieberg
met Maria en de apostel Johannes onder het kruis geschilderd.

Er zijn nog parochianen die hiervan een foto hebben. Er komt een voorlopige altaartafel.
De doopvont staat nog steeds vooraan in de kerk in de hoek links,
maar nog afgesloten door een muur met deur. Het grote missiekruis hing destijds
bij de ingang van de sacristie. De deur achter het hoofdaltaar naar de schuur
en het stookhok wordt dichtgemetseld.
Er komt dan een oliestookkachel met hete lucht in de vroegere spreekkamer
van de pastorie. De sacristie was al eerder vergroot. De deur naar de kerk
vanuit de sacristie (met kijkluikje) is nog in gebruik dan, maar zal later als
het orgel op het priesterkoor komt worden dichtgemetseld. Als je
vanuit de sacristie dat kijkluikje open doet, kijk je tegen gemetselde stenen aan.

In de jaren 1965-1969 wordt de kerk helemaal wit geschilderd, verschillende
beelden verdwijnen uit de kerk. Het verhaal gaat dat een aantal ervan
op het kerkhof zijn “begraven”, maar niemand weet precies waar.
De kruisweg staties worden verwijderd.



De huidige Kerk

Op initiatief van onze oud-pastoor H.J. Veer worden ze door frater
Fennis van de Leo Stichting in Borculo in 1983 gerestaureerd en weer opgehangen.
Er komt een nieuwe stenen (marmeren) altaartafel gemaakt door
Van Steenbergen Joosterman uit Apeldoorn en een nieuw tabernakel, waarvoor het
Maria-altaar moet wijken. Waarschijnlijk was de houten preekstoel (houtgesneden)
al eerder verwijderd. De zilveren Godslamp (rococo) verdwijnt ook.
Waarheen is niet bekend Ook de houten communie-banken moeten eraan geloven.
Van een deel ervan wordt een kast gemaakt voor een nicht van de toenmalige
pastoor. Een stuk van het poortje in de communiebank ligt nog in het schuurtje
op het kerkhof. De huidige open opstelling van het doopvont dateert ook uit die tijd.
Van deze laatste grote “verbouwing” zijn er nog bouwtekeningen in bezit
van de parochie. Een oude kelk uit plusminus 1870 wordt te Kevelaer ingeruild
tegen een moderne kelk met robijn op ivoren voet en hostie-schaaltje
van zilver met 5 half edelstenen (amethist). Beide zijn vervaardigd door de
edelsmid Paul van Ooyen uit Kevelaer. Zowel kelk als hostieschaaltje worden
nog steeds gebruikt. Waarschijnlijk komt in deze jaren ook de lezenaar met aardbol
en adelaar, geleverd door abdij “de Slangenburg” te Doetinchem en geschonken
door parochiaan Jurgens van Landgoed Het Rijkenbarg.
Ook komt de grote kroonluchter, die door pastoor Overmars van de pastoriezolder
te Groenlo alwaar hij voor zijn pastoraat te Ruurlo kapelaan was, naar onze kerk gebracht en
door pastoor van Soest op zolder weer was opgeborgen,in de kerk later weer opgehangen.
De kosten van een en ander werden betaald door dezelfde weldoener.
De huidige kerkverwarming (hete lucht op gas) is aangelegd in het begin van
de jaren 80 en werd bekostigd uit de verkoop van een perceel grond
aan de Groenloseweg.

Onderstaand enkele foto's betreffende het rozet in het priesterkoor.


Historische Vereniging "Old Reurle"
KvK Arnhem nummer 40103401
E-mail: info@oldreurle.nl
Sinds januari 2013 culturele ANBI instelling
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu