John Robert Smith - Old Reurle

Historische Vereniging
"OLD REURLE"
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

John Robert Smith

John Robert Smith:
mysterieuze link tussen Market Garden en Ruurlo

Na de bevrijding in mei 1945 worden op het grondgebied van het Huis te Ruurlo, nabij het koetshuis, enkele geïmproviseerde graven gevonden. Bij een daarvan blijkt het te gaan om John Robert Smith, een 22-jarige parachutist die tijdens operatie Market Garden in de buurt van Arnhem is gedropt. Hij maakte deel uit van het 2de Bataljon van John Frost. Tientallen jaren was het een mysterie hoe een soldaat die betrokken was bij de slag om Arnhem de dood had gevonden op het kasteel in Ruurlo. Inmiddels zijn de contouren van dit tragische verhaal goeddeels in kaart gebracht, al zijn er nog steeds vragen die niet helemaal beantwoord zijn.

Even een korte aanloop om de contouren van het verhaal rond John Robert Smith te schetsen. Het is 7 juni 1944, D-Day, wanneer de geallieerden overgaan tot de al lang geplande invasie van Normandië, om voet aan wal te krijgen op het vasteland van Europa en het Duitse leger terug te dringen. Aanvankelijk verloopt de strijd uitermate moeizaam en bieden de Duitsers hevige tegenstand. Van elders worden Duitse divisies aangevoerd om de geallieerden het hoofd te bieden. Zo wordt eind juni het 2de SS Pantserkorps, bestaande uit de 9de en 10de pantserdivisie, vanuit Rusland terug getrokken om deel te nemen aan de strijd in Normandië. Deze beide divisies zullen we later nog weer tegenkomen in het verhaal.

Opmars stokt
Ondanks de hevige tegenstand die de Duitsers bieden lijkt de strijd begin september echter bijna gestreden. Noord-Frankrijk, inclusief Parijs, en een groot deel van België zijn dan door de geallieerden heroverd. Vanuit Londen deelt koningin Wilhelmina mee dat de bevrijding nabij is, prins Bernhard wordt benoemd tot opperbevelhebber van de Nederlandse Strijdkrachten.
Maar de opmars van de Geallieerden stokt echter, vooral omdat de aanvoerroutes voor goederen en materieel steeds langer worden. Antwerpen en zijn haven zijn weliswaar veroverd, maar verzuimt wordt om de Duitsers langs de hele Westerschelde terug te drijven. Omdat beide oevers nog steeds in Duitse handen zijn en de vaarroute bovendien bezaaid is met mijnen kan Antwerpen niet worden gebruikt als aanvoerhaven en moet alle materieel, brandstof en proviand nog steeds vanuit Normandië worden aangevoerd. Dat levert meer en meer problemen op. De hapering in de strijd na de val van Antwerpen biedt Duitse legereenheden de kans om via de Zeeuwse eilanden te ontsnappen en om te hergroeperen ten noorden van het Albertkanaal.
Om de opmars weer in een stroomversnelling te brengen ontwikkelt de Engelse generaal Montgomery ondertussen het vermetele plan om met behulp van luchtlandingstroepen de bruggen over de grote rivieren te veroveren en daarmee in één klap de weg vrij te maken voor een snelle opmars van de grondtroepen naar het Ruhrgebied. Door via Arnhem door te stoten tot in Duitsland omzeilt hij meteen de Siegfriedlinie (die ten zuiden van Kleef doorloopt tot voorbij Saarbrücken) en hij denkt daarna in één moeite op te kunnen rukken tot Berlijn. Op die manier kan hij zijn rivaal Patton, die inmiddels in rap tempo de Duitse grens nadert ter hoogte van Saarbrücken, meteen de loef afsteken. Opperbevelhebber Eisenhower aarzelt, maar zwicht uiteindelijk voor de Britse druk. Het groene licht voor operatie Market Garden wordt gegeven en vastgesteld op zondag 17 september. De verovering van de Rijnbrug bij Arnhem wordt de taak van de 1ste Britse Airborne Divisie onder leiding van generaal-majoor Robert Urquhart.

Landingen bij Arnhem
Die zondag 17 september begint met een vernietigend bombardement op alle plaatsen waar geallieerde luchtlandingen zullen plaatsvinden. Doel is om het Duitse luchtdoelgeschut langs de aanvliegroute en in de buurt van de landingsplaatsen tot zwijgen te brengen, voordat de luchtarmada de doelgebieden bij Veghel, Grave en Arnhem nadert. Ook Arnhem krijgt het die morgen zwaar te verduren. Niet alleen wordt alle luchtdoelgeschut rond de Rijnbrug en de Willemskazerne vernietigd, de stad zelf loopt ook zware schade op. Wolfheze wordt bijna met de grond gelijk gemaakt en ook de psychiatrische inrichting (vlak naast het beoogde landingsterrein) wordt zwaar getroffen. Als de luchtvloot die zondag Arnhem nadert ondervinden ze dan ook vrijwel geen hinder van Duits afweergeschut.
Vanaf kwart voor tien die morgen stijgt de grote invasiemacht op vanaf 24 vliegvelden in Engeland. Eerst de trage gliders en hun sleeptoestellen, daarna de ‘pathfinders’ en de troepentransporttoestellen. Gliders waren goedkope zweeftoestellen met veel laadruimte die door sleepvliegtuigen werden getrokken en waarmee naast manschappen vooral het materieel (jeeps, lichte tanks en munitie) werd vervoerd. De ‘pathfinders’ hadden tot taak de landingsterreinen te markeren voor de gliders en de parachutisten.
Vlak voor 13.00 uur die middag worden de eerste ‘pathfinders’ gedropt op de luchtlandingsterreinen tussen Heelsum en Wolfheze en iets verderop op de Renkumse Heide (ten noorden van Wolfheze). Dan, kort na 13.00 uur, arriveren de gliders met het materieel en een derde deel van de in totaal bijna 5200 manschappen. Van de in totaal 320 gliders verongelukken er 36 bij de landing, waarbij de eerste manschappen om het leven komen en een deel van de jeeps verloren gaat.
Vanaf 13.53 uur springen de eerste parachutisten uit in totaal 145 Dakota C-47 troepentransportvliegtuigen. Daaronder de drie bataljons die op moeten rukken naar de brug bij Arnhem, Een kwartier later is de hele landing voltooid.

In één van deze C-47’s moet zich John Robert Smith hebben bevonden, samen met (circa twintig) andere manschappen van de A-Compagnie. De A-Companie, onder leiding van de kleurrijke majoor Digby Tatham-Warter, was een van de drie compagnieën die samen het 2de Bataljon van luitenant-kolonel Frost vormden. Dit bataljon heeft de opdracht om langs de noordelijke Rijnoever op te rukken naar de verkeersbrug over de Rijn bij Arnhem. De twee andere bataljons krijgen andere routes toegewezen. Een compagnie telt zo’n 150 manschappen, het totale bataljon dus circa 450. Binnen de A-Compagnie maakt Smith deel uit van het 3de peloton onder leiding van luitenant-kolonel A.J. McDermont.
De Dakota C-47’s maken deel uit van 46 Group van de RAF, een speciale transporteenheid die in januari 1944 in het leven is geroepen voor het vervoer van manschappen en materieel. In die hoedanigheid was 46 Group ook al intensief betrokken geweest bij de invasie in Normandië. 46 Group telde zes squadrons, gestationeerd op drie vliegveldjes iets ten westen van Londen: 48 Sqd (Down Ampney), 233 Sqd (Blakehill Farm), 271 Sqd (Down Ampney), 512 Sqd (Broadwell), 575 Sqd (Broadwell) en 437 Sqd (onderdeel van deRoyal Canadian Air Force, Blakehill Farm). Welke van deze squadrons betrokken zijn geweest bij het transport van manschappen naar Arnhem is niet bekend, gezien de omvang van de operatie mogelijk allemaal. De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie is onder meer gelegerd op het vliegveld Saltby, 5 km ten zuiden van Grantham in Lincolnshire. Dat geldt in ieder geval voor John Robert Smith, die vanaf Saltby vertrekt richting Arnhem.

Problemen met parachute
De C-47’s die manschappen vervoeren voor de strijd rond Arnhem en Nijmegen verlaten Engeland via het controlepunt Aldeburgh en vliegen dan via de noordelijke route naar het tweede verzamelpunt boven Vught). Vandaar gaat het noordwaarts richting de landingsterreinen tussen Heelsum en Wolfheze (de Renkumse Heide) en ten noorden van Wofheze. De vliegtuigen die troepen vervoeren voor de verovering van bruggen in het traject tussen Eindhoven en Nijmegen volgen een zuidelijker route
Het 2de Bataljon heeft de Renkumse Heide als landingsterrein. Zoals eerder vermeld worden de droppingzones bereikt ergens tussen 13.53 en 14.08 uur. Bij het verlaten van het vliegtuig gaat het echter volledig mis voor John Robert Smith. In de vijfde druk van de Roll of Honour uit 2011 wordt voor het eerst het volgende vermeld: ‘Pte Smith got entangled with his static line and rifle attachment on reaching the door of his aircraft. He thereby caused considerable delay, and this took the plane off the DZ before the private jumped. He was never seen again. FB near the coach-house of Ruurlo Castle, Ruurlo’.

De static line van Smith (de lijn die aan het vliegtuig vastzit en ervoor zorgt dat de parachute zich opent na de sprong) is dus verstrikt geraakt in zijn bepakking. Daardoor heeft hij behoorlijke vertraging (considerable delay) opgelopen voordat hij kon springen en het vliegtuig is dan inmiddels buiten de landingszone terecht gekomen.
Deze informatie over Smith is gebaseerd op een brief van zijn sectiecommandant, sergeant R. Dennis, daterend uit november 1945. Dat schrijven bevindt zich in een van de vele ‘Casualty Files’ in the National Archives in Engeland en die zijn pas zo rond 2005 vrijgegeven voor historisch onderzoek. Vandaar dat deze informatie pas in editie 2009 van de Roll of Honour is vermeld.

Bij de Canadese Begraafplaats in Holten, waar Smith begraven ligt, is de informatie van Dennis als volgt vertaald: “Smith raakte verward in de koorden van zijn parachute en zijn geweer en had daardoor moeite om de vliegtuigdeur op tijd te bereiken en veroorzaakte daardoor een behoorlijke vertraging met gevolg dat hij later sprong dan was gepland. Ik vroeg de piloot om nog een keer een draai te maken wat hij deed maar ik heb Pte Smith daarna nooit meer teruggezien.”
Door de opgelopen vertraging was het vliegtuig dus buiten de landingszone terecht gekomen, vandaar de vraag van Dennis aan de piloot om nog een draai te maken. Hier moet het ergens mis zijn gegaan. Of de piloot is er niet in geslaagd om weer in de buurt van de landingszone terecht te komen of Smith heeft niet het geduld op kunnen brengen om daarop te wachten. Hij komt in ieder geval terecht in een gebied dat door de Duitsers wordt gecontroleerd.

9de en 10de SS Pantserdivisie
‘Considerable delay’ is een rekbaar begrip, vandaar dat moeilijk is in te schatten waar Smith moet zijn neergekomen. Een minuut oponthoud betekent, bij een gematigde snelheid van het vliegtuig rond 180 km/uur, dat hij toch al meer dan 3 km ten noorden van het landingsterrein was beland. In dat gebied zijn op dat moment restanten van de eerder genoemde 9de SS Pantserdivisie gelegerd, meer specifiek de Kampfgruppe ‘Spindler’ onder bevel van Sturmbannführer (luitenant-kolonel) Ludwig Spindler.
Zoals eerder vermeld zijn de 9de SS Pantserdivisie (Hohenstaufen) en 10de SS Pantserdivisie (Frundsberg) eind juni 1944 naar Normandië gedirigeerd om daar de opmars van de geallieerden te stoppen. Sindsdien zijn ze voortdurend betrokken geweest bij gevechten en hebben zwaar te lijden gehad van bombardementen. Op 21 augustus is de situatie onhoudbaar geworden en trekken beide divisies zich via Noord-Frankrijk en België naar het noorden terug, voortdurend bestookt door geallieerde bommenwerpers. Op 2 september bereiken ze de omgeving van Maastricht. Daar krijgen ze op 4 september het bevel om zich terug te trekken uit de strijd om op krachten te komen en opnieuw te worden uitgerust met materieel en manschappen. Daarvoor is het gebied ten noorden van Arnhem uitgekozen, omdat dit een rustige regio is op gepaste afstand van het front.
Op 7 september arriveren de gehavende divisies op hun bestemming, waarbij de 9de Pantserdivisie uitwaaiert over de Veluwe en de 10de SS Pantserdivisie neerstrijkt in de Achterhoek, tot aan Diepenheim en Deventer. Luitenant-kolonel Walter Harzer, bevelvoerder van de 9de Pantserdivisie, vestigt zijn hoofdkwartier in Beekbergen, generaal-majoor Heinz Harmel van de 10de Pantserdivisie neemt met zijn staf zijn intrek in Huis te Ruurlo. Daar wordt ook het merendeel van de inlichtingendienst ondergebracht. Zijn plaatsvervanger Obersturmbannführer Otto Paetch laat zijn oog vallen op kasteel de Wiersse. Luitenant-generaal Wilhelm Bittrich, die als bevelhebber van het 2de SS Pantserkorps het commando voert over beide pantserdivisies, vestigt zich op kasteel Slangenburg.
Als ze in de Achterhoek arriveren omvat de 10de SS Pantserdivisie minder dan 3.500 manschappen, ruwweg een derde van de oorspronkelijke omvang. Velen zijn bij de gevechten en bombardementen in Normandië en tijdens de terugtocht richting Maastricht gesneuveld of gewond geraakt. Daarnaast heeft Harmel op weg naar de Achterhoek onderdelen aan andere divisies af moeten staan. Voor het materieel geldt een vergelijkbaar verlies. Bij de 9de SS Pantserdivisie waren de cijfers iets minder dramatisch, maar ook daar was de gevechtswaarde ongeveer gehalveerd. In vergelijking met de relatief licht bewapende geallieerde luchtlandingstroepen (al het materieel moest daar immers per lucht vervoerd worden) was deze gevechtskracht echter nog altijd superieur.

Huis te Ruurlo
John Robert Smith moet dus normaal gesproken in handen zijn gevallen van de 9de Pantserdivisie. Dat hij terecht komt op het hoofdkwartier van de 10de Pantserdivisie kan er mee te maken hebben dat daar in Ruurlo de inlichtingendienst was gehuisvest. En zeker de eerste uren van de strijd wisten de Duitsers niet precies wat er gaande was en hadden ze ongetwijfeld behoefte aan informatie. Van de 9de Pantserdivisie was bovendien een groot deel al naar Duitsland was vertrokken. Harzer had namelijk enkele dagen daarvoor opdracht gekregen om met zijn divisie naar Siegen te verhuizen om daar weer gevechtsklaar te worden gemaakt.
Overigens werd het hoofdkwartier van de 10de Pantserdivisie in de loop van 17 september naar Velp verplaatst, dicht bij de plaats waar de strijd zich afspeelde. Wel bleven er ondersteunende afdelingen achter op Huis te Ruurlo.

Hoe John Robert Smith op het kasteel in Ruurlo om het leven is gekomen is nog een raadsel. Mogelijk aan verwondingen die hij heeft opgelopen, zoals men bij de Canadese Begraafplaats in Holten vermoedt. Bij de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht wordt daaraan getwijfeld, omdat hij in dat geval wel naar een hospitaal was gebracht. Misschien is hij omgekomen bij een vluchtpoging, misschien is hij zonder pardon door de Duitsers geëxecuteerd. Er blijven dus nog altijd vraagtekens bestaan. Navraag bij de Commonwealth War Graves Commission heeft op dat punt geen informative opgeleverd. “We have no details regarding Smith’s circumstances of death and there isn’t an exhumation report for his grave.” Er is dus geen opgravingsrapport waar iets over de mogelijke doodsoorzaak wordt vermeld.
Zelfs over het tijdstip van overlijden zijn de bronnen niet eensgezind. Volgens zijn grafsteen is hij overleden op 18 september 1944 in Ruurlo, in een ‘overzicht van graven van omgekomen militairen’ in het gemeentearchief van Ruurlo wordt 20 september 1944 genoemd als datum van overlijden.

Begraven in Holten
Na de oorlog wordt Smith aanvankelijk herbegraven op de Algemene Begraafplaats in Ruurlo. In 1946 (rond eind april/begin mei) krijgt hij een definitief graf op de Canadese Begraafplaats in Holten (grafnr. 4-B-4). In eerste instantie wekt het enige verbazing dat hij niet op het Airborne ereveld in Oosterbeek begraven bij zijn strijdmakkers, maar er is wel een verklaring voor. Bij het Huis te Ruurlo zijn aan het eind van de oorlog namelijk ook twee Engelse militairen (Ernest F.W. Bake en Edward C. Nicolas van het 4e bataljon Somerset Light Infantry) en een Canadese militair (Clarence W. Lorensen van het 29th Armed Reconnaissance Regiment) begraven. In dit geval nabij de oranjerie. De beide Engelse militairen zijn op 1 april 1945 omgekomen bij de bevrijding van Ruurlo, Lorensen is op 2 april 1945 doodgeschoten door een Duitse sluipschutter bij het Twentekanaal en tijdelijk bij Huis te Ruurlo begraven. Toen de Canadezen na de oorlog hun omgekomen militairen overbrachten naar Holten hebben ze ook Smith, Bake en Nicolas daar herbegraven. Om die reden liggen er wel meer niet-Canadezen begraven in Holten.

John Robert Smith werd geboren op 26 mei 1922 en was dus 22 jaar oud toen hij stierf. Hij was een zoon van John Robert en Violet Smith en getrouwd met Florence. Het echtpaar woonde in Grantham. Smith nam in 1941 dienst bij de Durham Light Infantry en meldde zich in 1943 als vrijwilliger bij de Airborne Forces (de luchtstrijdkrachten). In juli 1943 volgde hij een opleiding tot parachutist op het RAF-vliegveld Ringway. Na voltooiing van die opleiding werd hij ingedeeld bij het 2de Bataljon Parachutisten.

Bronnen:
www.pegasusarchive.org/arnhem
www.marketgarden.com
https://paradata.org.uk/people/john-r-smith
Canadese Begraafplaats in Holten
Airborne Museum in Oosterbeek
Een brug te ver, Cornelius Ryan (Van Holkema & Warendorf, Bussum, 1974)



Fotobijschriften:
1.
Foto van de A-compagnie van het 2de Bataljon Parachutisten, genomen in Easton Hall (Lincolnshire) in juni 1944. Fotograaf is Walter Lee uit Grantham.
Tweede rij van boven, elfde van links: Smith.
Tweede rij van onderen, zesde van links: Dennis, negende van links: McDermont en elfde van links: Tatham-Warter.
Van de 102 personen op deze foto zijn er zeker 15 gesneuveld in Arnhem.
Het is de enige foto die op het internet is te vinden waarop John Robert Smit staat afgebeeld
(bron: http://www.pegasusarchive.org/arnhem/Photos2/Pic_2ndBattACoy.htm)
2.
Het graf van John Robert Smit op de Canadese Begraafplaats in Holten, grafnr. 4-B-4



Jan Oonk
maart 2018
Historische Vereniging "Old Reurle"
KvK Arnhem nummer 40103401
E-mail: info@oldreurle.nl
Sinds januari 2013 culturele ANBI instelling
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu