Verhalen Willem Gotink - Old Reurle

Historische Vereniging
"OLD REURLE"
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Verhalen Willem Gotink

Diversen

Up den 14 de May 1611 fur Hendrick van het Velt
als stadtholder des Heren Landtdrost
Diderich van Dorth Heren tho Dorth sampt
Johan Leesinck Gerret Keteler als coernoten


Erschenen Johan Werters met Woltern sijn huysvrouw
sie mit hem als haeren echten man ende mombar ende
bekandte voer hoer ende hoeren erven in enen
steden vasten erffkoep erfflick ende ewichlick gedu
rende veur eyne somma van pennungen die hon tho
danck vernoeget ende bethalet wass (als sie bekandte)
verkoff tho hebben Gerret Alerdinck ende Geertgen
sijn echte huysvrouw ende oeren erven, haer halve arve
ende guet genandt Gotinck so dat selve inde
kerspell van Ruerlo gelegen schietende mit de ene sijdt
naest Herinck ende mit de ander zijdt na “den olden
Gots” met den enen ende ande hoeve ende mit
den anderen ende ande Gotinck stege vrij ende quuidt
utgesondert vijff stuver tho thinze jaerlich uth
die Rijsemate up den Wilderborch te bethalen
ock gaet uth den gehelen guedt Gotinck des heere peerden
gehaldt Jaerlich met 3 molder haveren ende drie
Rijder gulden den gulden ad 202 st. Jaerlich
noch vier heren punden jaerlich het pondt tot
1400 stuver tho bethalen noch een olden groet waervoer
tho bethalen vierden halven stuver ock heff Joncker
van Hekeren uth het gehele guet 6 schepell
haveren ende den smalen thent alle dese vorseide
utganck staet up het gehele guets sal daervan
itzich koeper die gerechte helffte draegen
ende heff de verkoeper daerop vertegen ende
rechte verteichenusse gedaen mit handt halm
ende gichtigen monde als recht wass also dat met
geric llich des gerichts worde gewesen voer recht
dat die verkoeperen ende oere erven van dat vurseide
vurseide halve guet Gotinck sullen enterfft ende
entrechtiget sijn ende dat die koeperen ende oeren
erven daerom weder geerffet ende gerechtiget
sullen sein ende blijven gelaeffden ock de verkoeperen
den vorseide erffkoep up willen staen wachten ende
jaer ende dagh ende ten ewigen tijden ene erffkoep
inder Graeffschap Zutphen  stellende daervan
oere gerede ende ongerede guderen ene ende waer d
selve gelegen sijn in fall der noeth fur daerahn
mogen verhalen nha  wharen recht.

Twee vermeldingen over den Olden Gott in Ruurlo

         Bron Gelders Archief
Inventaris van het Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Zutphen 0217
Prothocoll van opdrachten, kentenissen, pandschappen, alsmede renteverschrijvingen

nr. 642 over de jaren 1692-1699

Folio 299v

Henrik Wennink x Jenneken Roelofsen is op 1 juli 1698 schuldig aan
Jan ter Spenke als momber over de voorkinderen van Jenneken Roelofs x † Jan te Winkel 62 gld. 10 st. en geeft in onderpand 1/16 van de Kerkcamp in de bourschap
Rijkenberg bij Den Olden Godsbeeld gelegen.

Willem Elschot heeft voor mij dit stuk vertaald. Nadrukkelijk gevraagd of er in plaats van “Den Olden Godsbeeld” niet moet staan “Den Olden Godsbeld”.
Volgens Willem is dit niet het geval. Zelf denk ik dat het een verschrijving is en bedoelt is “Den Olden Godsbeld”.


2. nr. 646 over de jaren 1726-1733

Folio 98

Janna Mullers x Berend Everwennink leent op 10 mei 1728 geld van
Margaritha van Strijp x † Joost Cranius, stadstimmerman,
en geeft in onderpand de halfscheid van het bouwland Den Olden Gott
groot zes schepel gesaeijs, met de ene eijnde aan de Gotinkstege en met het
andere eind aan Gotinks land.

UIT: Ruurlo van 1900 tot Berkelland.
Hoofdstuk 1 EEN KIJKJE IN RUURLO’S VERLEDEN.   
                                                           

We buigen ons eerst over de betekenis van de naam Ruurlo. De meningen hierover lopen uiteen. Zo lezen we in een publicatie van B.J. Hekket over Ruurlo als Ritherlo en Roderlo. Zowel “rither” als “roder” zijn oude Germaanse woorden die “rund” betekenen. Via het Oudsaksisch, Oudengels en Fries komt Hekket dan tot “een plaats waar men runderen hield”. In het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1847 staan ook een aantal mogelijkheden. Roderlo zou zijn afgeleid van het woord “roden”. (uitroeien) en “lo” en “loo” van het woord “bos”, dat deze streken in vroeger dagen overdekt zou hebben. Een plaats dus waar men bomen en struiken gerooid heeft.
Mr. A.C.W. Staring van de Wildenborch leidt  “ruer” of “ruur” af van ree, roo, reeuw, Oudfrankisch hreo, hreu, Angelsaksisch reeuw, Deens hra, hetgeen lijk betekent en van lo, een uitgang, die volgens velen een hoge plaats aanduidt. Dat zou kunnen kloppen met de rond het jaar 1800 gevonden “ulkepotte “ (urnen) op de Kattenbelt, in de Formerhoek.
Schoolmeester en geschiedschrijver H.W. Heuvel spreekt in zijn boek “Geschiedenis van het land van Berkel en Schipbeek”, Borculo, 3 juni 1903, over vondsten die in Ruurlo zijn gedaan. We nemen een kleinstukje voor u over uit het hoofdstuk “HEILIGE PLAATSEN”. Op een half uur afstands van Ruurlo ligt de Kattenbelt, een overoude hoogte, waarin men voor honderd jaar ook urnen met lijkasch heeft gevonden. Het waren slecht gebakken, eenvoudige kruiken, meestal glad, een enkele maal geribd – een begin alzoo van versiering en kunst – soms met een plat schoteltje afgedekt.
Twee boerderijen niet ver van den Kattenbelt, beide Brandenborg genoemd, ontleenen hun naam wellicht aan het feit dat hier eenmaal de dooden werden verbrand. Het woord “katten”, ook voorkomende in Kattenkolk ( bij Barchem) en Kattingsveld, is zeker de naam van voormalige bewoners dezer streek. De Zonnebelt, eveneens in de omstreken van Ruurlo, is denkelijk een hoogte, op welk aan de zon werd geofferd. Onze Germaanse voorouders vereerden ook de maan. Bij nieuwe volle maan hielden ze hunne volksvergaderingen in het woud if binnen den heiligen aardwal en de Saksers richtten zich in den strijd naar de maan. Wellicht wijzen de namen Menkveld en Menkhorst op plaatsen, aan de maan gewijd.
Ook de Godsbelt, aan de weg van Ruurlo naar Barchem, was zeker een heilige hoogte.      Tot zover Hendrik Willem Heuvel. De ulkepotte zijn verdwenen. Waar ze gebleven zijn is een raadsel. In een rapport uit 1830 beschreef burgemeester Luitjes ze als “zeer vermulde aarden vaasjes, waarin eenige overblijfselen van verbrande beenderen”. Er werd in die tijd dus kennelijk weinig waarde aan gehecht. Weten we weinig van de rondzwervende Germaanse stammen, wat meer is er bekend over de komst van de Saksen, die zich in de zesde en zevende eeuw, als eersten blijvend in onze omgeving vestigden. Zij troffen hier een gebied aan, dat hoog en droog gelegen was, nabij waterrijke streken. Van de jacht, de landbouw en de visserij konden zij hier goed leven. Ook zij verbranden hun doden.
Ondanks de moeite die de evangeliepredikers deden hen te bekeren tot het Christendom, bleven zij hun oude goden trouw. Als Wodan en Donar langs de hemel raasden, zochten de Saksen hun toevlucht bij “Den Olden Gott”, het eikenbosje aan de Barchemseweg dat nog steeds  die naam draagt. Dat was Karel de Grote (742 – 814) een doorn in het oog en hij liet de heilige eiken omhakken. Toch bleven de Saksers offers brengen, het Julfeest (Kerstmis) vieren en vuren branden. (ons paasvuur)

MONUMENT OF HEILIGE BOMEN:                                                                                                                                   

Er is veel gezegd en
nog meer geschreven over” Den Olden Gott en zijn Heilige bomen”.                          
Bekend zijn de verhalen van meester H.W. van den Heuvel en meester Kerst  Zwart.                                  
Ook Arjan van Gijssel noemt de plaats in de canon van Ruurlo.                                                                                    

Een filosofie hoe het vroeger geweest zou kunnen zijn.                                                                                    
Voor een deel gebaseerd op vondsten gedaan in de omgeving.                                                                       
Voor een ander deel mythes over vroegere tijden.
OUDE ACTES:                                                                                                                                              
In oude aktes wordt ”Den Olden Gott” genoemd als markeringsplaats van koop gronden.                                
VERPONDINGEN:                                                                                                                                          
Ook de diverse verponding kohiers geven inzage in het gebeuren.                                                                      
Zie hiervoor de artikelen “Pondschattingen” van Willem Elschot in Onder d’n Kroezeboom.                        
WAAR GEBEURD:                                                                                                                                           
Wat is waar en wat is gebaseerd op fantasie?                                                                                                      
Zie hiervoor de bijlage’s bij dit schrijven.
WAT IS ER BEKEND OVER HET GOED GOTINCK:                                                                                                   
12 maart 1438.
Arnolt, Hertog van Gelre, onslaat het goed Gotinck, in het kerspel Roerderlo  uit de horigheid en maakt het tot een erftyunsgoed. Gegeven in het jair ons heren duysent viirhonderd acht en dertich op sent Gregorius dach.
17 december 1558 (suterdach post vurie r.a. Doesburg N.v. folie 91)                                                                
Johan Wetters heeft in tegenwoordigheid van de huisvrouw van Wolter Jan en de weduwe Lubbelinck als bloedverwanten en momberen aan Johan Wetters zijn onmondigen echten zoon voor zijn moeders goed bewezen het zestiende deel van het goed Gotinck in het kerspel Ruurlo alsmede 25 daelder uit te keren op zijn 25e jaer.                                                                                                           (Gotinck was in 1548 in het bezit van Herman Poesse.)                                                                                 
(Archief Geldersche rekenkamer request nr. 133)
NAAMSVERANDERING:                                                                                                                                                     In vroeger tijden is het gebruikelijk dat bewoners, eigenaar of bouwman, de naam van de boerderij aan namen. Bij het goed Gotinck is dat meerdere keren voor gekomen. Zo noemde Herman Poesse of Pesse (eigenaar van ’t Gotinck in 1548) zich Herman Goetinch.
Toen Wolter tho Nienhuis in 1611 een deel van ’t Gotinck verworf, veranderde hij zijn naam in Wolter Gotinck. (Wolter tho Nienhuis is afkomstig van de Bruil.
Wolter tho Nienhuis kocht een deel van ’t Gotinck van Willem Willemsen die eveneens de naam Gotinck had aangenomen.   
OPLOSSING  VOOR DE HAND LIGGEND.                                                                                                                   Zoals vaker ligt de oplossing voor de hand maar wordt over het hoofd gezien.                                              
“Den Olden Gott” is nauw en onlosmakelijk verbonden met het “Goed Gotinck”.                                            
Zie hiervoor bijlage en kaart van het “Goed Gotinck”.                                                                                       
Iemand die deze de voor de hand liggende oplossing aan draagt is B.J. Hekket.                                       
Zie hiervoor “Ruurlo van 1900 tot Berkelland”. Hoofdstuk 1: Een kijkje in Ruurlo’s verleden”.
HET GOED GOTINCK.                                                                                                                                                    Wat de naam Gotinck betreft geeft de heer B.J. Hekket een nadere omschrijving in zijn boek:  “Oost Nederlandse Familienamen”.                                                                                             
Op bladzijde 137 verhaalt de heer Hekket als volgt:                                                                         
Variant Gotink, Gootink. Erven bij Ruurlo in 1438.                                                                                             
Gotink Varssel, Hengelo , in 1382.                                                                                                                        Gotinch, Vierakker, Warsveld in 1382.                                                                                                                      Goetinch, Baak in 1382.                                                                                                                                               
BETEKENIS NAAM Gotinck.                                                                                                                                         Vn. (voornaam) Gota, Gotta, van “goda”. (Germaanse Goden)
BETEKENIS ING, LATER OOK WEL INK.                                                                                                                          In Achterhoek en Twente maar ook in West Falen komt aan het eind van de naam veelal ING, later ook wel INK voor.  De betekenis van ING is PLAATS  van of BEHORENDE BIJ.  Vrij vertaald: behorende bij een stam of familie.
NAAM GOTINK, GOOTINK, GOTINCK, GOETING, GOETINCH.                                                                                
Het eerste deel van de naam betekent: Goda, (Germaanse naam voor God)                                                               Tweede deel: plaats van ……….  Of behorende bij …………….                                                                                                                                    
VRIJ VERTAALD BETEKEND DE NAAM GOTINCK:                                                                 
“PLAATS VAN DE (Germaanse)GODEN”.
VERHAAL “DEN OLDEN GOTT” IN ANDER DAGLIGT.                                                                                                Met deze achtergrond krijgt het verhaal over “Den Olden Gott” een heel andere betekenis.                     
Door het “ontsluiten” van de betekenis van de naam “Gotinck”  krijgt het verhaal over de                     
“Heilige bomen” een vorm van “waarheidsbevinding”.

Historische Vereniging "Old Reurle"
KvK Arnhem nummer 40103401
E-mail: info@oldreurle.nl
Sinds januari 2013 culturele ANBI instelling
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu